Acupunctuur en artrose

Acupunctuur kan de pijn die bij knie-artrose optreedt zo effectief bestrijden, dat een operatie niet nodig is.
Van alle vijftigplussers heeft ongeveer 17 procent knie-artrose. De meest gebruikte remedie is een knieoperatie, al wordt deze alleen aangeboden als de pijn voortdurend aanwezig is en lopen bijna onmogelijk.

Een groep van negentig patiënten met een gemiddelde leeftijd van 71 jaar werd behandeld met acupunctuur. Bij al deze mensen was de artrose zo hevig dat een operatie aangewezen was. In plaats daarvan kregen ze een maand lang wekelijks acupunctuur, en daarna eens in de zes weken. Van deze groep mensen hadden er 31 na twee jaar nog steeds regelmatige acupunctuursessies.

In alle gevallen rapporteerden de patiënten een drastische reductie van de pijn en stijfheid en een verbeterde mobiliteit. De vooruitgang was zo groot dat geen van hen een operatie nodig had. Na een operatie heeft een op de zeven patiënten na twee jaar weer ernstige pijn.

Met een overzichtsonderzoek in september is vorig jaar ook definitief aangetoond dat de werking van acupunctuur tegen chronische pijn niets met het placebo-effect te maken heeft. Volgens de onderzoekers, van het gerenommeerde Sloan-Kettering Cancer Center in New York, zou de behandeling moeten worden opgenomen in de keuzemogelijkheden die patiënten krijgen voor hun pijnbestrijding. Zij zijn overtuigd van de effectiviteit van acupunctuur vanwege het grote aantal bewijzen uit wetenschappelijk onderzoek. Ze verzamelden 29 verschillende gerandomiseerde geblindeerde klinische onderzoeken, met in totaal 17.922 patiënten die ofwel acupunctuur ofwel ‘nep-acupunctuur’ kregen. Bij dat laatste worden de naalden niet goed ingebracht, of op ‘verkeerde’ plaatsen op het lichaam. De patiënten die echte acupunctuur kregen, meldden een veel grotere reductie van hun pijn, dan degenen die de nepbehandeling kregen. Daaruit blijkt dat het werkelijk de therapie zelf is en niet het placebo-effect, waardoor de pijn afneemt.

Bronnen:
Acupunct Med, 2012; 30: 170-175; doi: 10.1136/acupmed-2012-010151
Arch Intern Med, 2012; 172: 1444-1453; doi: 10.1001/archinternmed.2012.3654