Bloedsuiker / Hypoglykemie

De bloedsuikerspiegel is de hoeveelheid glucose in het bloed. Glucose is één van de belang-rijkste brandstoffen voor iedere cel in het lichaam. Soms is er sprake van een afwijkende bloedsuikerspiegel. In de praktijk kan dit in een aantal vormen voorkomen: een te lage bloedsuikerspiegel, een wisselende bloedsuikerspiegel of een te hoge bloedsuikerspiegel. Bepaalde voedingsstoffen en leefstijlmaatregelen kunnen ondersteuning bieden bij het reguleren van de bloedsuikerspiegel.

Wisselende bloedsuikerspiegel
Het komt voor dat mensen klagen over vermoeidheid, trillen, wazig zien, vlekken voor de ogen zien, zweten, of soms het gevoel hebben flauw te gaan vallen. Deze klachten verdwijnen wanneer zij iets zoets eten. Hierdoor worden de klachten toegeschreven aan een lage bloedsuikerspiegel.  Dit kan een teken zijn van een te beginnende diabetes. Bij diabetes is namelijk het probleem dat er wel veel suiker in het bloed aanwezig is, maar dat dit niet vanuit het bloed de cellen in getransporteerd kan worden. In alle situaties dient het voedingspatroon aangepast te worden. Het steeds weer gebruiken van suikerrijke producten leidt tot een snelle stijging van de bloedsuikerspiegel, waarop het lichaam insuline afgeeft om het suiker naar de cellen te kunnen brengen. Deze reactie leidt tot een snelle daling, waardoor het gevoel van honger en trillerigheid weer kunnen terugkeren.

Maatregelen bij een wisselende bloedsuikerspiegel
Regelmatig een maaltijd nuttigen met weinig snel opneembare suikers, maar veel vezelstoffen leidt tot een evenwichtige bloedsuikerspiegel en voorkomt deze klachten. Groenten, peulvruchten en volkorenproducten zijn belangrijke bronnen van vezels in de voeding. Producten  als gewone pasta’s en witbrood hebben geen gunstig effect.

Een te hoge bloedsuikerspiegel kan duiden op aanwezigheid van diabetes type I of het metabool syndroom/diabetes type II.

  • Bij diabetes type I is de vorming van insuline afgenomen of afwezig en is gebruik van insuline noodzakelijk.
  • Bij diabetes type II is er sprake van een verminderde werking van insuline, net als bij het metabool syndroom. Dit metabool syndroom wordt gezien als een ‘voorstadium’ van diabetes type II. Het verschil tussen deze twee aandoeningen ligt alleen in de waarde van de bloedsuikerspiegel. Bij een nuchtere bloedsuikerspiegel van 7 mmol/L of meer, spreekt men van diabetes.

Het metabool syndroom is een combinatie van problemen;

  • overgewicht, met name rond de buikstreek
  • een verhoogde bloeddruk
  • een verstoring van de bloedvetten en een verminderde gevoeligheid voor de werking van het hormoon insuline (ook wel insulineresistentie genoemd).

Het aantal mensen met het metabool syndroom in Nederland is hoog: in de jaren 90 voldeed 15-22% van de mannen en 9-15% van de vrouwen tot 60 jaar aan de criteria voor het metabool syndroom. Van de Nederlanders van 50 tot 75 jaar zonder diabetes of hart- en vaatziekten voldoet volgens recente gegevens zelfs 23% aan de criteria.

Maatregelen
De eerste maatregel bij het metabool syndroom is gewichtsverlies en het aanpassen van de leefstijl en de voedingsgewoonten. Vermijden van suikers in elke vorm, is misschien wel de belangrijkste stap, samen met een verhoging van de inname van vezels en de gezonde omega-3 en omega-6 vetzuren. Meer lichaamsbeweging is eveneens van groot belang. Hierbij wordt geadviseerd om minimaal vier uur per week een matige inspanning te leveren. In onderzoek is aangetoond dat deze hoeveelheid lichaamsbeweging in combinatie met een gewichtsverlies van 5%, de kans op het ontwikkelen van diabetes type II kan halveren bij personen met het metabool syndroom.

Voedingssupplementen
Bij een hoge bloedsuikerspiegel wordt het gebruik van extra anti-oxidanten aanbevolen, bijvoorbeeld in de vorm van een multivitaminen -of een anti-oxidantencomplex. Vitamine D verlaagt de kans op het ontstaan van het metabool syndroom, zelfs bij personen met ernstig overgewicht. Een chronische ontstekingsreactie speelt een belangrijke rol in het ontstaan van het metabool syndroom. Polyfenolen uit zure kers, geelwortel (turmeric), gember en de stof quercetine hebben in onderzoek laten zien in staat te zijn om deze ontstekingsreactie te verminderen en daarmee de verschijnselen van het metabool syndroom te bestrijden. Cayenne en peper(extracten) kunnen de opname van andere anti-oxidanten aanmerkelijk verhogen. Vitamine K-2 (als MK-7) heeft een sterke werking tegen vaatvernauwing als gevolg van calciumafzettingen, de belangrijkste complicatie van het metabool syndroom en diabetes type II. Vitamine K-2 mag niet worden gebruikt door mensen die stollingremmers uit de groep van coumarinederivaten gebruiken. Chroom (als chroompicolinaat) kan bij personen met diabetes type II helpen om de bloedsuikerspiegel te verlagen en lijkt ook effectief bij een gedeelte van de personen met een wisselende bloedsuikerspiegel. Gebruik van chroom om de bloedsuikerspiegel te verlagen dient onder deskundige begeleiding plaats te vinden.