boek: uw brein als medicijn

Uw brein als medicijn
David Servan-Schreiber
Ooit in een depressieve tijd kreeg ik Seroxat voorgeschreven door mijn huisdokter. Ik voelde minder, dus was ook minder ongelukkig. Van de bijwerkingen werd ik niet echt blij: ik verloor van de ene op de andere dag alle libido en kreeg het gevoel dat mijn leven zich achter een glazen wand afspeelde. Van de depressie ben ik allang genezen, Seroxat slik ik niet meer, maar mijn interesse voor de (alternatieve) behandeling van depressies is gebleven.
Vis als middel bij stress en depressie
Op de cover van het maandblad Ode (‘Voor intelligente optimisten’) van augustus 2006 werd ik toegelachen door een aantrekkelijke psychiater met een forel in beide handen. Met de tekst “Vet op recept: het dieet van een Franse psychiater bestrijdt stress en depressiviteit” was direct mijn aandacht getrokken. Van Arts zonder Grenzen naar waarnemer zonder grenzen.
Het interview met de in de Verenigde Staten opgeleide David Servan-Schreiber handelt over het omslagpunt in zijn leven, waarin hij zijn scepsis als medicus tegenover ‘alternatieve’ geneesmethoden laat varen en omzet in nieuwsgierigheid naar het onbekende. Dit gebeurde tijdens zijn werk in ziekenhuizen in India voor Artsen zonder Grenzen, waar hij werd geconfronteerd met manieren van diagnosticeren en behandelen van ziekten die hem compleet onbekend waren, maar wel hun vruchten bleken af te werpen.
Na zijn ervaring in India ging hij op onderzoek uit: Hij dook in de literatuur en testte de ‘alternatieve’ geneeswijzen voor symptomen als angst, depressie en stress uit. Van acupunctuur tot lichttherapie en van ademhalingsoefeningen tot lichaamsbeweging, oeroude meditatietechnieken en …..consumptie van visolie.
Over deze zoektocht gaat zijn boek Uw Brein als Medicijn*. In 2003 verschenen, in 37 talen vertaald en inmiddels door miljoenen gelezen. Na het lezen van het interview en zijn boek schreef ik me in voor de ODE- lezing “Het instinct om te helen” door Servan-Schreiber in de VU te Amsterdam.Een verslag van het onderdeel van de lezing over voeding voor het emotionele brein, aangevuld met informatie uit zijn boek.

Hersenen zijn voor 60% opgebouwd uit vet toont David op zijn eerste afbeelding van de powerpoint presentatie en 20% ervan moeten we binnenkrijgen via onze voeding, omdat het lichaam niet in staat is ze te vormen uit andere voedingsstoffen. Vetten zijn het basisbestanddeel van het omhulsel van de zenuwcellen. Via dit omhulsel loopt de communicatie tussen de zenuwcellen in ons lichaam.
Wat we aan vet eten wordt rechtstreeks opgenomen in die membranen. Als we vooral verzadigde vet, vet dat bij kamertemperatuur een vaste consistentie heeft, eten zien we die “stijfheid/rigiditeit” terug in de hersencellen. Als we onverzadigde vet, vloeibaar bij kamertemperatuur, consumeren is het omhulsel van de hersencellen zachter en soepeler en de communicatie ertussen stabieler, vooral als het membraan is opgebouwd uit omega-3-vetzuren.
Servan-Schreiber laat ons op het scherm het verschil zien tussen deze twee. Een onderzoek door Franse wetenschappers toonde aan dat een dieet met veel omega-3 per dag, 16 gram visolie, op de lange duur de productie van de neurotransmitters in het emotionele brein verhoogt en de stemming verbetert.
Door ratten tijdens een proef omega-3 te onthouden, veranderde hun gedrag in een paar weken volledig: ze werden angstig en raakten bij stress snel in paniek en ook het ervaren van plezier werd minder.
Omega 3 en Omega 6
Er zijn twee soorten essentiële vetzuren: omega-3 en omega-6-vetzuren. Omega-3 komt voor in algen, plankton en een paar landplanten zoals gras, lijnzaad, koolzaad, hennep en walnoten. Dieren die zich hiermee voeden zoals grazend vee, wild en vissen bevatten ook omega-3. Gekweekte en gefokte diersoorten zijn minder rijk aan omega-3 dan hun in het wild levende soortgenoten.
Omega-6 komt voor in alle andere planten. Het lichaamsvet van dieren die zich met deze planten voeden (met name de dieren uit de bio-industrie) bevat ook veel omega-6 . Een voeding met een verhouding van één op één tussen het aandeel omega-3 en omega-6 geeft het lichaam die essentiële vetten die het nodig heeft om neuronen van optimale kwaliteit te produceren.
In de tegenwoordige intensieve veeteelt worden de dieren meer met granen dan met natuurlijk gras gevoed waardoor vlees, anders dan vroeger, relatief meer omega-6 bevat. Door de hoge consumptie van vlees en industriële voedingsproducten (die veel plantaardige olie met omega-6 bevatten) is in westerse landen de opname van omega 6 in verhouding tien tot twintig keer hoger geworden dan die van omega-3. Zodra er relatief meer omega-6 in het lichaam aanwezig is, kunnen er oxidatie- en ontstekingsreacties ontstaan, zoals hart- en vaatziekten, artritis, de ziekte van Alzheimer en depressies die samengaan met een ontstekingscomponent in het lichaam.Waar zit het in?
Een manier om door voeding de verhouding omega-3 en omega-6 recht te trekken is verhoging van de omega-3 consumptie en verlaging van de omega-6 opname. De beste bronnen voor omega-3 zijn koudwatervissen (met meer vetweefsel). Vis met de minste ophoping van kwik en organische kankerverwekkende stoffen zijn de vissen die aan het begin van de voedingsketen staan en rijk zijn aan omega-3, per 100 gram: makreel (2,5 gram), haring (1,7 gram), ansjovis (1,5 gram), sardine (1 gram). Andere vissen die veel omega-3 bevatten zijn tonijn (1,5 gram), wilde zalm (1,5 gram), schelvis en forel.
Er zijn ook plantaardige bronnen voor omega-3. Deze vereisen een extra stap in de stofwisseling, omdat ze omgezet moeten worden in de vetzuren waaruit de membranen van de neuronen zijn samengesteld. Het gaat om lijnzaadolie ( 7,5 gram omega-3/eetlepel), koolzaadolie (2,5 gram/eetlepel), walnoten (2,3 gram/100 gram), groene groenten met name postelein, spinazie, zeewier, spirulina, verder gras en bladeren uit de natuur. Deze laatste bevatten voorlopers van omega-3. Dieren die zich hiermee voeden zoals herten, reeën en wilde zwijnen hebben vlees dat rijk is aan omega-3.
Kippen die in de natuur scharrelen leggen eieren die twintig keer zoveel omega-3 bevatten als eieren van met granen gevoede kippen uit de supermarkt. Het voedsel van dieren uit de bio-industrie bevat meer granen en diermeel waardoor er minder omega-3 en meer omega-6 in hun vlees en eieren zit.

Een manier om de omega-3 opname te verhogen en de omega-6 consumptie te verminderen, is het eten van vlees tot een maximum van drie keer per week te reduceren en vet vlees, wat nog meer omega-6 bevat, te vermijden.
Ook het uit de keuken verwijderen van alle oliën behalve olijfolie (bevat omega-9, dus noch omega-3 noch omega-6) en koolzaadolie (bevat omega-3) strekt tot de aanbevelingen. Verban ook frituurolie dat door de werking van vrije radicalen een oxiderende dus degenerende werking heeft op de lichaamsweefsels. Gebruik, aldus Servan-Schreiber, boter en room met mate, omdat ze de omega-3 opname in de cellen beperken.
Voor een antidepressieve werking is een dagelijkse hoeveelheid van 2 tot 3 gram van een mengsel van de visvetzuren eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA) in de vorm van capsules noodzakelijk. De hoogste concentratie EPA (heeft vooral de antidepressieve werking) in vergelijking met DHA is het meest effectief. Gebruik bij voorkeur een capsule die een kleine hoeveelheid vitamine E, een antioxidant, bevat. Het is aan te raden de capsules te combineren met een vitaminesuppletie (in het bijzonder vitamine B,C,D,E) ter voorkoming van oxidatie van de omega-3.
Na een tweeëneenhalf uur durende lezing een staand applaus, wat mij betreft een applaus voor een psychiater die een lans durft te breken voor de therapeutische rol van voeding binnen de psychiatrie.

http://body.centrumvitaal.nl/antidepressiva-uitzending-vara/