Nierstenen

Kleinere kans nierstenen door visoliesuppletie
Gebruik van een visoliesupplement met de omega-3 vetzuren EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur) verkleint mogelijk de kans op nierstenen met calciumoxalaat als hoofdcomponent. Onderzoekers van de universiteit van Bonn in Duitsland concluderen dit naar aanleiding van verkennend onderzoek met vijftien gezonde volwassenen (21-34 jaar) die gedurende 30 dagen visolie (met 900 mg EPA en 600 mg DHA per dag) innamen.

Suppletie met visolie resulteerde in een significante daling van het oxaalzuurgehalte in de urine (van 0,277 naar 0,238 mmol/24 uur) en significante afname van de relatieve supersaturatie van calciumoxalaat met 23%. Dit betekent (theoretisch) dat de kans afneemt dat calciumoxalaat-nierstenen worden gevormd. Of dit in de praktijk ook het geval zal zijn bij mensen met idiopathische hyperoxalurie en/of calciumoxalaat nierstenen in de ziektegeschiedenis, moet nader onderzocht worden.

Het is voor het eerst dat een studie naar de invloed van omega-3 vetzuren op het ontstaan van nierstenen is uitgevoerd onder gecontroleerde, gestandaardiseerde condities. De 24-uursurine van de proefpersonen is alleen verzameld en onderzocht tijdens dagen dat ze een standaarddieet kregen: vijf dagen voorafgaande aan visoliesuppletie (controlefase) en de eerste en laatste vijf dagen van dertig dagen visoliesuppletie. Normaliter is ongeveer 20 tot 40% van het oxaalzuur in bloed afkomstig uit voeding.

Calciumoxalaat is de belangrijkste component van 75% van alle nierstenen. Een te hoog gehalte in de urine van oxaalzuur (hyperoxalurie) en/of calcium (hypercalciurie) bevordert de vorming van deze stenen. Op dit moment zijn er geen medicijnen of natuurlijke middelen voorhanden tegen hyperoxalurie.

Westerse voeding bevat naar verhouding te veel omega-6 vetzuren en te weinig omega-3 vetzuren. Dit heeft invloed op de vetzuursamenstelling van celmembranen en de celmembraanfunctie. Het omega-6 vetzuur arachidonzuur in celmembranen is precursor van PGE2, een prostaglandine die verband houdt met verhoging van het calcium- en oxaalzuurgehalte in urine. Wetenschappers vermoeden dat PGE2 de nieren aanzet om meer calcium en oxaalzuur uit te scheiden en de darmen aanzet om meer calcium en oxaalzuur uit voeding op te nemen. EPA en DHA verdringen arachidonzuur uit de celmembranen en dragen vermoedelijk op deze manier bij aan verlaging van de kans op calciumoxalaat kristallisatie.