Schildklier

In de schildklier worden, o.i.v. het hormoon TSH, de schildklier-hormonen T1, T2, T3, en T4 gesyntetiseerd. De functies van de schildklier hormonen zijn: Bevorderen celgroei, afvoer afval producten stofwisseling, werkt als groeihormoon en T3 maakt proces energie productie in mitochondriën mogelijk. Tekort T3 betekent energie verlies. In de bloedbaan is + 80% T4, 16% T3 en 4% T1 en T2.
99% of meer is gebonden aan Thyroxine bindend globuline (TBG). T4 heeft een halfwaarde tijd van +/- 6 dagen, en T3 heeft een halfwaarde tijd van
+/- 1,3 dagen. Het enzym 5-deïodinase, dat T4 in T3 omzet, is selenium
afhankelijk en doet zijn werk vooral in lever en nieren. Het kan ook T4 in het niet functionele rT3 omzetten. rT3 stijgt bij stress en ondervoeding.
Enkele afwijkingen van de schildklier:

*    Toename in grootte van de schildklier: Struma of Krop. De werking kan normaal blijven, versneld zijn of vertraagd.

*    Auto-immuunziekten van de schildklier: ziekte van Graves (de schildklier gaat te snel werken en er ontstaan een struma, hartkloppingen en een oogafwijking), ziekte van Hashimoto (waarbij de schildklier door de autoimmuunreactie juist te langzaam gaat werken. Obstipatie, kouwelijkheid en trage hartslag).

*    Infecties van de schildklier; bv een virusinfectie die de Thyreoiditis van Quervain kan veroorzaken, of infecties met Streptococcen, Staphylococcen of de Tuberkelbacil.

Hyperthyreoïdie

Het gebeurt vaker bij vrouwen dan bij mannen dat de TRH, het hypothalamus hormoon, stijgt. Dit kan door een adenoom zijn, of een verminderde gevoeligheid voor de feedback invloed van T3. Maar vaker dan in de hypothalamus, zetelt het probleem in de hypofyse. Hier is dan veelal ook sprake van een adenoom. Het meest frequent zit de oorzaak van het probleem in de schildklier zelf. Door een overreactie op TSH, of door een autoimmuunproces, wordt er teveel T4 en T3 gevormd. Symptomen van hyperfunctie schildklier zijn: angst, gewichtsverlies, onrust, anorexie, hyperactief en vermoeid tegelijk, warmte, hartkloppingen, exophthalmus, tremor.
Bij onderzoek vinden we: Prétibiaal myxoedeem, verhoogde systole, normale diastole (bv 150/70), Hoge T4 en T3. Controleren van de pols en ochtendtemperatuur om verbetering te volgen.
Fluor (veroorzaakt verhoogde omzetting T4-> rT3), thee (bevat fluor), groenten van de Brassica familie, lithium, aspirine en barbituraten remmen de schildklier.
Opvallend is, dat er na zo’n periode van overreactiviteit vaak onderactiviteit volgt.

Hypothyreoïdie

Vroeger was jodiumtekort de meest voorkomende oorzaak van hypothyreoïdie. Jodium is essentieel voor de schildklier en voor de productie van schildklierhormonen. Een tekort aan jodium leidt tot een vergrote schildklier (struma) en zo tot hypothyreoïdie. In de westerse wereld komt jodiumtekort praktisch niet meer voor, voornamelijk door toevoeging van Jodium aan zout. Bij hypothyreoïdie vinden we bij bloedonderzoek vaak hoge TSH en lage T3, T4. Maar in veel gevallen zijn de lab waarden ‘normaal’ en denken we aan Fibromyalgie, ME of een psychiatrische stoornis.
Er zijn een aantal vormen van hypothyreoïdie:

Primaire hypothyreoïdie

De meest voorkomende oorzaken zijn een autoimmuunziekte (Hashimoto) en therapie bij hypertheroïdie met radioactief jodium.

Secondaire

Treedt op wanneer de hypofyse hypothyreoïdie niet genoeg TSH produceert om de schildklier te stimuleren thyroxine te produceren. Hoewel niet elk geval van secundaire hypothyreoïdie een duidelijke oorzaak heeft, wordt het meestal veroorzaakt door een beschadigde hypofyse, bijvoorbeeld door een tumor, bestraling of een operatie.

Bijnier zwakte

Symptomen van Hypothyreoïdie:

*    Metabolisme daalt, te moe om veel te verbranden. Bij sommigen daalt
het gewicht, mogelijk door resorptieprobleem in de darm. Diëten vermindert het metabolisme nog meer!
*    Vertraagde peristaltiek, soms als bijnier meedoet: malabsorptie en
diarree
*    Koud tot op het bot, niet warm te krijgen. Voelen zich in warme
omgeving beter vaak geen koorts bij griep e.d.
*    Vooral ’s ochtends moe, komen moeilijk uit bed. Vallen overdag in
slaap.
*    Spiervermoeidheid. Voelen zich beter na bewegen!
*    Denk bij hypertensie aan hypothereoïdie (Slechte filtratie->
verhoogde renine spiegel. Gevolg verhoogde angiotensine. Tensie stijgt.)
*    Afspraken vergeten etc. Alles opschrijven. Angstaanvallen,
Paniekreacties, Slapeloosheid.
*    Gele verkleuring handpalmen
*    Vitamine A tekort, B caroteen wordt niet goed omgezet in vit. A in
de lever.
*    Laterale deel van de wenkbrauw valt uit, herstelt bij therapie.
*    Immuun systeem reageert traag!
*    Een trage schildklierfunctie zorgt voor een stijging van het
cholesterolgehalte!
*    Postnatale depressie ook vaak schildklierdysfunctie
*    We vinden: vaak een geknepen bloeddruk met een te klein verschil
tussen systole en diastole (120/ 80), en een langzame pols, indentaties van de tong (oedeem), basale temperatuur <36.5 axillair, Bloed TSH antistoffen, FT3,FT4, urine T3/T4.

Subklinische Hypothyreoïdie

In de praktijk blijkt dat mensen nogal eens wel klachten hebben die passen bij een vertraagde schildklierwerking, maar geen afwijkingen in de schildklier bloedwaarden hebben. Soms zijn er wel afwijkende waarden van T3 en T4 in 24 uurs urine te vinden.
De klachten die het meest vaak voorkomen, zijn toenemende vermoeidheid en kouwelijkheid. Ook geheugenverlies en spierzwakte komen vaak voor. Er kan kortademigheid optreden en pijn op de borst na inspanning of in de kou, wat wijst op vernauwing van de kransslagaderen (angina pectoris).
Ook de bloedvaten in de benen kunnen vernauwd zijn, waardoor pijn ontstaat in de kuit, die verdwijnt na stilstaan (claudicatio intermittens of ‘etalagebenen’). De menstruatie kan heviger worden en langer duren, maar ook helemaal wegblijven. De vruchtbaarheid vermindert. Het gewicht kan toenemen, maar meestal niet meer dan enkele kilo’s. De huid wordt droog, koud en ruw. Er kan zich vocht ophopen in het gezicht en rond de oogleden. Het uiterlijk wordt pafferig en de stem wordt hees en laag. Ook kan doofheid optreden en een vertraagde stoelgang. Er kunnen krampen in de spieren of tintelingen van de handen optreden door het carpale tunnelsyndroom. De hartslag kan trager zijn, de bloeddruk wat hoger. Veel studies tonen aan dat bij een subklinische hypothyreoïdie vaak sprake is van een verhoogd cholesterolgehalte in het bloed. Subklinische hypothyreoïdie zou alleen al behandeld moeten worden om de gevolgen van atherosclerose te voorkomen. Ook is er meer kans op boezemfibrilleren en hartritmestoornissen.